Daar sta je dan, op een zaterdagochtend, met een volle kar aan weekboodschappen. Voldoende om 4 volle shoppers te vullen. Je weet bij voorbaat al dat de kassabon een totaalprijs gaat geven waar je van aan het zuurstof moet.

En in de drukte van alle andere weekboodschappenkarren in de tjokvolle gangen, waar ook nog eens de vakkenvullers met hun verse vracht staan en de lege dozen zich opstapelen naast een wat onhandig neergezette pallet, duurde het langer dan gedacht, omdat precies net dat ene product dat je zocht nog in een rolcontainer in het magazijn staat en er te weinig personeel is, dat bovendien ook nog eens opgejaagd wordt door de supermarktmanager en andere klanten die vragen waar iets staat omdat het hoofdkantoor een schappen-shuffle heeft uitgevoerd vanwege een verkoopoptimalisatiecampagne.

En de lengte van de vorige zin is ook meteen de lengte van de binnensmondse vervloeking die aan je brein ontsnapt wanneer je de rij mensen bij de kassa ziet.

De keuze die eigenlijk geen keuze is: sluit je aan bij de zelfscan, of ga je naar de kassa met de band en de kassabediende? Bij de eerste is de rij waanzinnig lang, omdat bij 4 van de 8 terminals een rode lamp brandt. Bij de gewone, oude vertrouwde, lange-band kassa brandt het groene lampje van “ik ben open”, maar staat een bordje “ik help u graag aan de andere kassa”. En dat is een pertinente leugen.

Want er is geen andere kassa open. En “graag helpen” is ook niet van toepassing.

De oververhitte en zichtbaar geïrriteerde kassabediende staat namelijk een storing te verhelpen bij de zelfscan-fuik, moet nog 2 zelfscanners controleren of ze niets hebben gestolen (pardon: per abuis een product zonder scannen in de tas hebben laten vallen), en moet zo ook nog even zorgen dat de korting die niet meekwam bij een andere zelfscanner toch ingevoerd kan worden. 

Je denkt nog dat het toch niet waar kan zijn dat op een zaterdag er niet een gewone kassa open is, dus sta je met je kar in de gewone kassa-rij met groen lampje en zoek je iemand anders dan de roodaangelopen fuikmedewerker om te vragen of je bij de kassa geholpen kunt worden. Maar dan blijkt dus dat de fuik en de band bediend zouden moeten worden door dat ene arme pubermeisje dat wat grijpgeld bij elkaar staat te harken als weekendhulp.

En die kijkt gefrustreerd op naar de collega die jij net gevraagd hebt of de kassa open is en die stond te wijzen naar de zelfscanfuik. En wanneer je daar dan toch naartoe loopt zegt ze: “Ja hoor, je kunt hier gewoon aansluiten”, zonder enig besef dat de inhoud van die volle kar helemaal niet op het ieniemienie plateautje gaat passen. Nadat je aangeeft dat je toch liever gewoon aan de reguliere kassa geholpen wilt worden, verzucht het kind nog “Als het moet help ik u hier wel even”, terwijl een gadget haar inseint dat ze een volgende klant steekproefsgewijs moet controleren.

Hier geen “Attentie, kassa bij”. 

Dus sta je in dubio. Het kassameisje kan er immers niets aan doen dat het management besloten heeft dat dit een volstrekt normale gang van zaken is. Tegelijkertijd is niets aan die snelscan snel wanneer je met zo’n volle kar weekboodschappen aan de gang gaat.

Moet je je toch eens indenken dat je met die kar, tot de nok gevuld, een scancontrole krijgt en alles weer uit je tassen gehaald moet worden bij wijze van steekproef… Wanneer je hetzelfde bedrag aftikt in een restaurant, krijg je tenminste nog een gratis karaf water bij de wijn en een haffel pepermuntjes of zure zuigbonbons cadeau bij je rekening, en een welgemeend “dankjewel en tot een volgende keer”. Dat kun je hier vandaag op deze ochtend in deze situatie mooi op je bolle buik schrijven.

Maar omdat je kar al bij de bandkassa staat, vraag je toch netjes en enigszins beschaamd om daar geholpen te worden.

Het wordt je niet in dank afgenomen.

Toiletpapier is niet zwaar, maar wanneer dat uit ongenoegen met enig venijn op de net gescande kroepoek wordt gedeponeerd, dan is het zwaar genoeg om die knapperige hapjes om te toveren naar de verfijnde variant van cassave meel. En het gaat inderdaad sneller, hier aan de bandkassa. Zo snel, dat het kleine inpakvak volgepropt wordt met alles dat langs het piepje piept. De delicate druiven worden geplet door een pot pindakaas, de fles wasverzachter mist maar net het doosje scharreleieren, en de fijne vleeswaren frommelen op tussen een blok kaas en een pak boter. 

De kassaband heeft een verschuiving gehad van kassa in het midden, naar kassa aan het eind. De ‘haal het uit je karretje’ ruimte is veel groter geworden, ten behoeve van maximale doorstroom. De ‘stop het maar in je tas’ ruimte is zo klein geworden, dat je wel op moet schieten. Optimalisatie en efficiëntie. Flikker het maar in je karretje en verdwijn zo snel mogelijk nadat je je geld bij ons hebt achtergelaten.

Nee, dan de zelfscan: weinig plek voor je karretje, nog minder om de spullen in je tas te doen. En je bent per saldo langer bezig aan de terminal, dan aan het efficiëntere ‘jij scant, ik stop het in m’n tas’ principe. De rijen worden er niet minder van, en ook het chagrijn niet. Okee, bij 2 of 3 artikelen als impulsaankoop door-de-week snap ik die zelfscan wel, maar niet bij de zaterdagboodschappen. 

En nou weet ik ook heus wel dat het niet aan het pubermeisje ligt. Alles moet efficiënter en kostenbesparender. Maar wanneer je als grootgrutter deze keuzes maakt, dan mag je ook verwachten dat het er niet vriendelijker op gaat worden. Je reduceert je eigen handel tot transactionele treiter. 

De oplossing is eigenlijk helemaal niet ingewikkeld, en ligt erg voor de hand: gewoon terug naar een kassa voor de mand en een kassa met de band. En dan de klanten en het personeel gewoon behandelen alsof het échte mensen zijn, in plaats van koopvee en treitertrutten.

Category
Tags

Comments are closed