Ik zie ze vaak. De mensen die net op weg zijn. Waarheen? Geen idee. Maar ze zitten in hun auto en ze rijden voorbij. Ergens heen. Maakt ook niet uit.
Wat wél uitmaakt is dat het overgrote deel van deze mensen de bocht om komt rijden, flink gas geeft, en dan weer op de rem moet aan het eind van ons korte straatje. Alsof het een Formule 1 moment is. Lekker even een peut gas geven, of een stoot electriciteit.
Ik denk wel eens dat de lengte van ons straatje precies uitnodigt om niet door te schakelen, maar om lekker hoog in de toeren te schieten. De mensen die wel doorschakelen zijn in de regel ook de mensen die daarna veel te hard (het is hier een 30km zone bij een school) over de bult van het kruispunt denderen, zonder ook maar enig moment te beseffen, of er om te geven, dat er verkeer van rechts bestaat. Onaantastbaar in de eigen cocon op wielen.
Je kunt trouwens aan het geluid van de banden op dat bultje ook precies horen of iemand er te snel overheen vliegt. Het volume en de lengte van dat geluid verraden onmiskenbaar of we met een verkeershork te maken hebben of niet.
Er is bij ons, aan dat kleine stukje weg, ook nog eens halverwege een uitrit waar zomaar een auto of een fiets vandaan kan komen. Die laatste vaak ook nog eens in combinatie met een mobiele telefoon in de hand van de bestuurder. En, alsof het echt het vooroordeel moet bevestigen, zijn dat dan vaak voetbaljochies op een fatbike met een hoodie op en geenszins geïnteresseerd in fatsoenlijk weggedrag.
Een beetje hetzelfde als die automobilisten. Op weg naar ergens, in de hoop niet aangereden te worden. Of, nou ja, eigenlijk helemaal niet in die hoop; want als je ziet hoe achteloos de meerderheid van de bestuurders van beide vervoersmiddelen met hun aandacht voor het verkeer omgaat, dan lijkt het eerder een blind geloof dan een bewuste hoop te zijn.
Maar goed, je komt dus met je hoog in de toeren blik op vier wielen hier voorbij scheuren, iets te snel richting die bult op het kruispunt, waar verkeer van rechts aan kan komen, in een 30km wijkje met school, en dan zit je goddomme met je telefoon in je klauwen.
Wat denk je te kunnen bereiken op dat kleine stukje, tussen sturen, optrekken, afremmen, en weer door? Wat maakt die telefoon zo belangrijk dat je het scherm ingezogen wordt?
Van de week was er een bijna-aanrijding. Stoer zwart autootje ontmoet stoer zwart fietsje. Petje ontmoet hoodie. Telefoon ontmoet telefoon. Het scheelde belachelijk weinig of er was tenminste één slachtoffer te betreuren. Daar kan geen hoop of geloof tegenop. Dan ben je net op weg. En dan haal je je eindbestemming misschien wel helemaal niet. En omdat? Omdat je met je mobiele telefoon aan het kutten bent.
Ik vraag we dan iedere keer af of deze automobilisten, en fietsers trouwens ook, überhaupt in de gaten hebben wat voor een gevaar ze op de weg zijn. En hoe weinig het eigenlijk iedere keer scheelt. En hoe dubbel het eigenlijk is. Want, gek genoeg, het zijn vaak ouders die net hun kind hebben afgezet op school, of buurtbewoners die vaak klagen over hoeveel auto’s er in de wijk rijden en parkeren, die hier zo de bocht om komen vliegen.

Comments are closed